Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en tot onderlingen samenhang vastklinkt. De maatschappij is Geheel, wanneer zij den vollen menschengeest vertegenwoordigt, en dus aan den mensch recht doet in de beide gradaties van het menschelijke Zijn: het tijdelijke en het eeuwige. Een maatschappij, die een Geheel is, heeft stijl.

Dat zij niet ondenkbaar is, bewijst de middeleeuwsche maatschappij, die bij alle bijgeloof en barbarij stijl had on een profetie is geworden voor schooner toekomst, zóó dat elk, die hooger wil, bij haar aanknoopt. De middeleeuwsche stad toonde een samengetrokken beeld dezer maatschappij, door de centrale plaats die in haar de Kerk innam.

De grondverrichtingen in elke maatschappij zijn: woning, kleeding, voeding, lichamelijke arbeid, intellektueele arbeid, uitspanning. Hoe ook het maatschappelijk leven zich tot grootste samengesteldheid verwikkelt — deze blijven de grondverrichtingen, en zoo zij geen stijl hebben, is de maatschappelijke samenleving stijlloos. En zij hebben stijl indien ze, behalve hun rechtstreeksutilitaere beteekenis, nog een andere waarde hebben, duidend op het onzienlijke.

Het wonen is meerder dan onderdak zijn. Zoo drukke de woning het rechtstreeks tegemoetkomen aan de onmiddellijke behoefte uit — doch meerder dan dat: bouwwijze en samengroeping met andere woningen geve een architektonisch geheel, zóó dat de woonwijk als gelegerd zij om de gebouwen van algemeen geestelijke kuituur, de plaatsen van intellektueele, aesthetische en religieuse samenkomst. Het kleeden is meerder dan beschutting tegen de omgeving; zoo stemme zij in vormen en kleuren overeen naar het vak van arbeid of ambt des dragers, en worde weder de drapeering van

Sluiten