Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kriterium der waarheid spreken; vooreerst kan men het oordeelend subjekt als zoodanig betitelen; men kan nl. den mensch erkennen als een rechter over de waarheid; de mensch is dan „kriterium door wien geoordeeld wordt" (to xpirjpiov ou); men kan de psychische f'akulteit noemen, waarmee geoordeeld wordt, bijv. men oordeelt met zijn verstand, of met zijn zintuigen; dit is „het kriterium waarmeê" (ro fly); men kan ook spreken van een bepaald voorstellingsbeeld of denkbeeld (norm) volgens welk gemeten wordt (x«&' o).

Het is voor Sextus duidelijk, dat in geen dezer drie beteekenissen het begrip van kriterium waarde heeft.

Vooreerst is de mensch, die oordeelend kriterium zijn zou, een ondenkbare grootheid '). Zoo men het begrip van den mensch wil opmaken, geraakt men in allerlei tegenspraak; met de definities, door de dogmatische filosofen voorgedragen, kan men bewijzen dat geen mensch bestaat en Sokrates beweert zelfs niet te weten of hij mensch is. Toegegeven echter dat de mensch een denkbare grootheid zij, en aangenomen dat hij bestaat uit lichaam en ziel, dan blijkt opnieuw dat noch lichaam, noch ziel kan begrepen worden '-'). Het lichaam niet, omdat elk ding verschillend is van zijn eigenschappen, en dus al wat van het lichaam waarneembaar zij, verschijning is, maar niet het lichaam zelf. De ziel niet, want waardoor moet zij begrepen, door waarneming of door denken? Door de eerste niet; maar het denken is zelf het minst begrijpelijk in heel

1) 22—28. 2) 29—83.

Sluiten