Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

denken, dat geen steunpunt heeft in het ethisch levensbewustzijn van den denker, is een spel en komt niet tot resultaat; het scepticisme is daarvan de gemakkelijke winst. „De mensch kan geen oordeelend kriterium zijn" leert Sextus, want de definitie van den mensch is niet te geven; men moet eerst weten wat de mensch is om te weten of do mensch kan oordeelen tusschen waar en onwaar. Deze uitspraak zou waarheid bevatten, zoo men niet zelf mensch was. Ons mensch-zijn hangt niet af van ons weten wat het is mensch te zijn.

De denkende mensch stelt zichzelf, hiermede dat hij denkt; in elke denk-akte zijn wfj als „zelf" tegenwoordig. De waarheid van het denken ligt in dit karakter van zelf-uiting, waarbij de werkelijkheid vau ons wezen zich betoont. Het subjekt, aktieve subjekt zijnde, bewijst in het denken zijn aktiviteit, maar behoeft dan ook geen kriterium voor de waarheid van het denken van elders te ontleenen, want in het feit der aktiviteit ligt de norm des denkens vervat. Doordat de aktiviteit norm-houdend is, schept zij zedelijke en aesthetische waarden en waarde-tegenstellingen; deze laatste zijn het bewijs van het norm-karakter der aktiviteit. Wordt dus de vraag naar het kriterium der waarheid van uit de hypothese van het aktieve subjekt bezien, dan ligt de oplossing voor de hand. De kritiek van Sextus echter treft de klassieke filosofie raak: wanneer de mensch gedacht wordt als een bepaalde grootheid; gelijk gemaakt aan de dingen die men definieert en dus geobjektiveerd wordt gelijk de klassieke filosofie doet, dan is hij niet begrijpbaar als waarheidsnorm. Het „zelf" wordt vernietigd door het te objektiveeren, en deze vernietiging wordt gestraft met ontlediging van

Sluiten