Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De leerlingen van de teekenschool zijn. ten getale van 130 a 140. verdeeld over 5 klassen (2 parallelkiassen) met 7 onderwijzers; ze ontvangen 2 maal per week onderwijs, 's avonds van 7 toto uur Het onderwijs in de laagste klasse bestaat uit oefeningen, ter verkrijging van de noodige vaardigheid in het hanteeren van passer liniaal en ander teekengereedschap; lijnen en stippellijnen worden in verschillende standen geteekend, hoeken en regelmatige vlakke nguren geconstrueerd en onderscheidene, steeds in moeielijkheid opklimmende teekeningen gecopiëerd.

In de tweede klasse (ook aan 't eind der eerste) wordt aangevangen met het opmeten en het in teekening brengen van eenvoudige voorwerpen b.v. eenvoudig teekengereedschap, moeren, ronde en ovale glauds, enz. Eerst wordt van het te teekenen voor werp een potloodschets gemaakt, met nauwkeurige aanwijzing der maten. De onderwijzer keurt deze schets, die daarna in 't net wordt geteekend. Het begrip projectie (het neerslaan, in de jongenstaal) wordt hier natuurlijk ook aangebracht.

In de derde klasse worden deze oefeningen voortgezet; de voorwerpen worden in verschillende standen geteekend en insgelijks

in twee of meer onderscheiden doorsneden. Een en ander geschiedt

aanvankelijk op de ware grootte; verder gevorderde leerlingen doen dit later volgens een aangegeven schaal.

In het begin van den leercursus der hoogste klassen (IV en V) krijgt elke leerling, onverschillig in welke afdeeling der fabriek hij werkzaam is, een eenvoudig onderdeel der stoommachine, o.a. een excentriek, een drijfstang, een kleine stoomcylinder, een hand- of stoom voed ingpomp, enz., ter opmeting. Hij moet hiervan eene volledige handschets maken, zoodat bij het in netteekenincr brengen van deze schets, het werkstuk zelf niet meer gebruikt mal worden. Passer en liniaal zijn bij het schetsen uitgesloten. Na hiermede eenige maanden te zijn bezig geweest, krijgt ieder leerling werk. in verband met de afdeeling, waarin hij aan de fabriek werkt.

De ketelmakers beginnen dan eerst met het teekenen van eenvoudige ruimtefiguren, b.v. een rechten en schuinen cylinder, een rechten en schuinen kegel en piramide een dito afgeknotten kegel, alsmede de combinaties en doorsneden dezer voorwerpen* hiervan moet tevens het ontwikkelde oppervlak geteekend worden' Daarna wordt overgegaan tot het uitslaan van verschillende ketelp aten en verbindingen der meest voorkomende keteltypen, zooals topsche platen, Galloway-buizen, dómes, vuurkisten, vlamkasten.

Sluiten