Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedurende 3 jaren een methodische en volledige opleiding te geven, hen niet voor aan die opleiding vreemde werkzaamheden te gebruiken, hen ais een goed huisvader te behandelen, hen geregeld de vakschool of bepaalde vakcursussen, als deze er zijn, te doen bezoeken, voorkomende geschillen aan de beroepsvereeging te onderwerpen.

De ouders of voogden verbinden zich, de leerlingen gedurende 3 jaren de leer te doen volgen, aan het einde van elk half jaar aan de vakvereeniging twee certificaten te zenden, n.1. één van den patroon en een van den directeur der vakschool, over de aan de kinderen of pupillen gegeven opleiding, niet toe te staan, dat deze, zonder geldige redenen, van werkplaats veranderen, eventueele geschillen aan de beroepsvereeniging te onderwerpen, de leerlingen aan de jaarlijksche tentoonstelling van werkstukken, georganiseerd door de vakvereenigingen, te doen deelnemen. Aan het einde van den leertijd, worden de leerlingen uitgenoodigd, deel te nemen aan een examen, waarvan het programma doodde vakvereeniging wordt vastgesteld, onder goedkeuring van den Minister van nijverheid en arbeid.

De examen-commissies bestaan uit 5 leden : de voorzitter, aangewezen door de beroepsvereeniging, twee patroons of oud-patroons van het vak, een directeur van een vakschool en een afgevaardigde van het departement van nijverheid en arbeid.

Aan het examen kunnen uitsluitend deel nemen jongelieden van 16—20 jaar, die de bepalingen van het leercontract hebben opgevolgd en in het bezit zijn van een certificaat der beroepsvereeniging.

Slaagt de leerling bij het examen, dan ontvangt de patroon van hem een extra-subsidie van 50 francs. De leerling ontvangt een diploma, benevens gereedschappen, tot een waarde van 100 francs.

Elke wèl geslaagde opleiding kost derhalve aan den Staat 4X5°+ 100 francs = 300 francs.

De Minister heeft het recht, de gesubsidieerde werkplaatsen te doen inspecteeren.

Dat de gemeenten, in wier kring dergelijke leerlingcontracten worden afgesloten door Vereenigingen en Commissiën, voor dat doel kleine subsidiën toestaan, is even noodig en wenschelijk, als dat zij subsidieeren de vakscholen of cursussen, in welke de volgens contract geplaatste leerlingen het aanvullend vakonderwijs behooren te genieten.

Sluiten