Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZAAL IV.

Overblijfselen van het Hindoeïsme in den tegen woord igen tijd.

De voorwerpen in deze zaal bijeengebracht zijn wajangpoppen, gebatikte en in twee of drie kleuren geverfde, met goud opgewerkte doeken, maskers en een nagenoeg volledig Hindoe-pantheon van het eiland Bali. In de Eerezaal hebben wij kennis gemaakt met de kunstproducten der Hindoe-beschaving van weleer, hier staan wij voor uitingen van diezelfde kunst van het heden. Want al moge het waar zijn, dat het batikken, het met was beteekenen en daarna verven van katoenen weefsels, niet bij de Hindoes zijn oorsprong vindt, toch valt niet' te ontkennen dat motieven, aan hun ornamentiek ontleend, op de versiering van die weefsels een zeer grooten invloed hebben uitgeoefend. Hetzelfde geldt voor de wajang. De poppen zijn geen vinding der Hindoes, maar de oude, bijna heilige legenden, die in het gewiiad van Mahabharata en Ramayana overgeleverd werden, ontsproten uit hun brein en leverden de stof voor geheele reeksen van komediestukken, die naast sagen op eigen bodem ontstaan, door schimmen, wajang, en gemaskeerde of verkleede en gegrimeerde personen worden opgevoerd.

Alleen de slechts in twee of drie kleuren geverfde en met goud en figuren belegde kledingstukken, kain ktmbangan geheeten, zijn onveranderd, en wel uitsluitend als hofdracht, uit lang vervlogen dagen overgebleven. Het zal den opmeikzamen beschouwer van het Prajnja-

Sluiten