Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als de laagste van een aantal sferen, die emaneerden uit de Alziel, Zij Zelve het middelpunt. Zóó nu als die sferen om de Godheid is eene kunstschepping om de ziel van den kunstenaar. Er is een laagste sfeer, daar vergapen zich de vulgairen aan. Zij zeggen op de kunstafbeelding van bijv.: een tuin: „Wat 'n lief tuintje is dat." Er is een hoogere, wie die kent zegt: „Hoe mooi is de afbeelding van dien tuin." Zoo iemand namelijk gevoelt al wel, eenigszins flauw, de schoonheid der handeling-van-'t-afbeelden. Tot dezulken behooren enorm vele ci'tici, die alle dagen hunne vingers krampig schrijven aan de woorden: „knap werk", „rijke fantasie", „warme toon" enz. enz., enfin, in één woord: de kunst-critiek-jargonisten. Maar in 't hart dier sferen, en hen doorgetogen zijnde, ziet men de ziel. Van dien oogenblik af wordt de schepping om den schepper vergeten. De manifestatie eener ziel is de weg, die tot haar leidt, als zóódanig heeft zij haar hóógste waarde. De doode, gemaakte plekken in een werk zijn wèl

om eigen schoonheid zeer lief. Dit schoonheid-zien en déze liefde leven in hare schepping, maar het zijn dus niet de liefde tot en de schoonheid van het afgebeelde leven, dat zij dus zeer wel haten en leelijk vinden kan, maar alleen de schoonheid harer eigen wonderbare kracht, die zij zag, en de liefde daartoe, die zij gevoelde. Daarom dan ook is een kunstenaar vaak zoo uiterst zelf-bewust en zoo prachtig-hoogmoedig.

Sluiten