Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'ns frank en vrij maling hebben aan die heele burgelijke fatsoenslarifarie."

Nee, meneer Doorweerd, ü hadt jegens uw u zóó liefhebbenden vader niet oneerbiedig moeten zijn. Als er wat aftekammen is, dan kan je dat wel aan mij overlaten. Ik versta dat zaakje als 't moet en ik 't wil. Maar nü wil ik 't niet zóóals ik 't met dit „Romantisch Tijdbeeld" zou kunnen en eigenlijk moeten. Ik gun jou, kwaaie rakker, dat pleziertje niet. Ik wil er alleen nog dit van zeggen: Vergeet men geheel, dat dit boek bedoelt te zijn een stuk literair werk, in dien zin, dat het leven, erin gegeven, niet verhaald wordt, maar als van zelf voor den lezer-aanschouwer ontstaat, rust en beweegt, dan zijn er wel goede dingen in, zooals bijv. de omgang tusschen moeder en zoon, maar om die te waardeeren moet men zich absoluut ingeleefd hebben in het denkbeeld, dat iemand je hier wat aan tafel of in de tram zit te vertellen. Je mérkt dan ook wel, dat die iemand, vergeleken bij de enkel-slapende-enetende menschen, zelfs een min of meer gevoelig, maar óók zeer jong en overijld-pratend man is. Dus: geen oogenblik denken aan kunst, nee, dat is maar allemaal gekheid, die heeft hiermee niéts te maken. En vooral maar al die stuitende kinderachtigheden in het boek schuiven op rekening van die jeugd en overijldheid, zoodat ze tenminste iets minder afstootend worden en dan kom je er wel, anders kan je 't verhaaltje zelfs

Opstellen. 7

Sluiten