Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet thuis was, durfde ik de stad haast niet in. En ik was wat blij toen ik kon gaan betalen."

„Jawel, je was blij dat je kon betalen, waardoor je den crediteur kwijtraakte. Maar als je dat niet had gekund, zou je onwillekeurig het land hebben gehad als je aan dien man dacht, niet waar?"

„Nu.... ja."

„Dus, in 't algemeen, haat de debiteur zijn schuldeischer, in plaats van hem voor het verleende crediet dankbaar te zijn."

„Dat is toch eigenlijk niet goed!"

„Neen, goed is het niet. Zeker niet! Maar het is zoo. En daarom, als het hart je dringt, bewijs iemand een dienst, en vlucht dan naar het andere eind van de wereld!"

„Flauwe vent!" zeide Betsy. „Je maakt er wat moois van!"

„Enfin," zeide van Vleuten, schouderophalend, „deze menschen zullen we wel niet veel meer in ons leven ontmoeten. Dat is één troost. — Dag dokter! Hoe staat het met den patiënt?"

„Het loopt af," zeide de arts, die juist uit de ziekenkamer gekomen was, en hij stak een sigaar op, hem door van Vleuten aangeboden. „Tegen mijn gewoonte," bemerkte hij. „Ik rook anders nooit tusschen de visites. Maar ik heb ook nog nooit zoo'n geval gehad. Die man geeft, sedert twee of drie dagen al, een gewone lijkenlucht af. Inderdaad is de ontbinding al begonnen, nog eer de dood intreedt."

„Is het waar, dat hij vergiftigd is ?"

„Ja, doch waarmee weet ik niet. Zooals gewoonlijk met inlandsche vergiften."

En de dokter legde zijn sigaar neer en begaf zich weder naar den zieke. Een oogenblik later kwam hij terug en wenkte van Vleuten.

Sluiten