Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„De omstendigheden hebben mij dat belet," antwoordde Boom. „U weet dat ik failliet ben?"

„Neen..

„Failliet, met ruim een millioen schuld!"

Boom zeide dit met iets als trots in zijn stem, wat van Vleuten mishaagde. Zoo verhoovaardigt zich de inbreker erop, meer te hebben gestolen dan tien zijner makkers te samen.

„Failliet," ging Boom voort. „Ik was een en twintig jaar, en werd van alle kanten bestolen en bedrogen. Sedert is mijn streven geweest zooveel te verdienen, dat ik ieder het zijne kan teruggeven. De eenlge weg daartoe is, dat ik mijn machine maak. Niet primitief, zooals toen, maar goed afgewerkt in model, zoodat ik haar vertoonen kan. Wiechen zou mij daarin helpen; doch ik doorzie hem! Hij wil mijn constructie in handen zien te krijgen en alleen de vruchten plukken. En dat nooit. Daarom zeg ik: al zou het tien, twintig jaren duren, éénmaal zal ik genoeg bijeen hebben om haar zelf af te maken. Maar er iemand van op de hoogte te brengen, nooit!"

Het was verwonderlijk, dacht van Vleuten; men wist niet wat men aan dien man had. In het eene oogenblik maakte hij een ongunstigen, dan weer een gunstigen indruk.

„Mag ik eens een paar dagen nadenken, over hetgeen u mij gezegd heeft?" vroeg hij. „Als u mij uw adres wilt geven, zal ik mijn besluit persoonlijk komen meedeelen."

Boom gaf hem een visitekaartje, na daarop met potlood het verlangde te hebben geschreven, waarna van Vleuten, ziende dat zijn vrouw hem een wenk gaf, zich excuseerde.

Gedurende zijn rondslenteren met Boom, hadden de dames elkaar hun lotgevallen sedert hun ontmoeting te Soerabaja zitten te vertellen. Inmiddels tot grootere intimiteit dan toen geraakt, hadden zij afgesproken elkaar te

Sluiten