Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wilde daar niets van weten, beschouwde die zaak als afgedaan, als een streek van een of anderen concurrent, die haar niet geweten mocht worden. Zoo ontmoette zij hem bijna eiken dag aan het strand; als zij haar kindje eens meenam, speelde hy er haast opofferend mee. Maar gister was tante Slot bij haar geweest, had haar onderhouden over het ongepaste van haar gedrag, om zich zoo druk met hem te vertoonen, en had haar bovendien iets vreeselijks verteld ... Vandaag was het haar opgevallen hoe de menschen haar hadden aangekeken, en zij begon dat vreeselijke te gelooven, dat zij Betsy, na lang aarzelen, slechts durfde influisteren

„Daarom was ik zoo blij, dat je man mij weghaalde," besloot zij. „Maar ik durf nu niet meer naar het strand te gaan, zonder oom en tante. En die gaan zoo zelden!"

„Sluit je gerust bij ons aan," zeide Betsy. „Ik zal hem wel afbijten. O, je weet niet hoe snibbig ik kan zijn! — Kijk eens, mijn man heeft een nieuwen kennis gemaakt. Zoo op het eerste gezicht, een net mensch."

„Inderdaad, beaamde Marie. „Hark hen eens hierheen."

Betsy had toen de wenk gegeven, doch tot groote teleurstelling der dames kwam van Vleuten alleen.

„Waarom liet je je nieuwen vriend schieten?" riep Betsy. „Marie wou zoo graag zijn kennis maken."

„Foei, 'tis niet waar!" zeide deze.

„Ik kan toch zoo maar niet iedereen bij je brengen," opperde van Vleuten. „Een vriend is trouwens wel wat veel gezegd. Ik zag hem heden voor de tweede maal. De eerste keer was het in gezelschap van Wiechen."

De gezichten betrokken. Het was merkwaardig, hoe de naam van dien man alles en iedereen die met hem in aanraking kwam, bezoedelde.

Sluiten