Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Het zal wel moeten. Maar hij zal iets moeten afdoen.Kom nu, we hebben precies een half uur den tijd. Hoever

is het?"

„Niet ver. Maar we kunnen zachtjes aan opwandelen," stelde Arnolds voor.

Het déjeuner duurde lang. Beenhuis was van nature gul, en presenteerde de anderen het beste dat men krijgen kon. Maar ook Wiechen, anders vrij zuinig, had een royale bui, zoodat het vrij laat in den middag werd, eer men van tafel opstond. En tusschen de bedrijven door, waren de zaken behandeld. Een paar duizend francs had Wiechen in contanten ontvangen; voor het overige waren nieuwe wissels geteekend, nadat het totaalbedrag verhoogd was met de rente, in deze tien percent 's maands.

„Zeg, Beenhuis," vroeg Arnolds opeens, „waar dineer je vanmiddag!"

„Ik heb nog geen plan. Misschien thuis."

„Kan je ons niet in je cercle meenemen ?"

„Onmogelijk. De introductie is zeer beperkt geworden, omdat er misbruik van gemaakt werd. In geen geval zou ik meer dan één kunnen meenemen. Hé!"

Aanleiding tot dien uitroep was het binnenkomen in den restaurant van een klein zwart mannetje, die zijn oogen zoekend liet rondgaan. Beenhuis excuseerde zich, en liep op hem toe, waarna beiden in een kort, doch blijkbaar ernstig gesprek gewikkeld bleven.

„Ik moet de heeren verlaten," zeide Beenhuis terugkomend. „Het spijt mij zeer, maar ik dien onmiddelijk naar Brussel te gaan. Hm," deed hij, zijn horloge raadplegend, „ik heb nauwelijks tijd om wat in te pakken."

Hij riep den bediende, om af te rekenen; doch Wiechen legde de hand op zijn arm.

„Laat zitten," zeide hij. „Ik zal het wel in orde maken."

MODERNE SCHELMEN. 4

Sluiten