Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik vraag u honderdmaal om excuus, mevrouw," haastte hij zich in vallen. „Ik ken de heeren niet van zóó nabij. Maar ik weet één ding; ik procedeer nooit meer. Nu is er voor mij een veel eenvoudiger weg ... zal u mij niet verklikken?"

„Wat zou ik daaraan hebben ?"

„Welnu: Ik in zooveel mogelijk; en wat niet in der minne of met kleine maatregelen is binnen te halen, laat ik rusten. Zelf betaal ik alleen dringende dingen, laat me desnoods vervolgen, en tracht zooveel mogelijk te rekken. Zóó liquideer ik, tot ik ongeveer precies zooveel schuld heb. als voor mij oninbare posten. Mijn eigenlijk vermogen, — en dat heb ik - gaat gaandeweg naar het buitenland. En ik volg, zoodra alles zoover is. Dan laat ik door een goed vriend mijn faillissement aanvragen, en den curator gebruik ik als goedkoop kassier. Tegen vorderingen door hèm ingesteld, gelden geen motieven tegen mij persoonlijk wegende, en .... na eenigen tijd wordt honderd percent uitgekeerd, en laat ik mij, als ik er trek in heb, desnoods nog rehabiliteeren. Dan moet iedereen zeggen : die Wiechen was toch een eerlijke kerel!"

„Maar failliet gaan is een schande!"

„Och, er gaan tegenwoordig zóóveel groote heeren failliet, dat de schande er lang af is. En als men niemand benadeelt, wat zou het dan ? Trouwens, als ik verdwijn, verdwijnt mijn naam tevens; ook daarop heb ik gerekend, en een heerlijkheid gekocht: Hovendael. Ik mag me dus noemen Wiechen van Hovendael, en zoodra ik in het buitenland ben, kort ik mijn eigen naam tot één hoofdletter in, en schrijf me: G. J. W. van Hovendael."

„Dat klinkt niet kwaad !"

„Niet waar? Ik heb altijd iets gevoeld voor mooie namen; licht dat ik er zelf een draag, als al die ellende achter den rug is."

Sluiten