Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bevrijdde hem tevens van alle verplichtingen tegenover Arnolds, en dat was zóóveel gewonnen.

Wiechen nam zijn agenda en sloeg den datum op van den volgenden Zaterdag. Slechts één wissel moest op dien 'lag geind worden. Hij zocht dien uit zijn portefeuille, en nam toen een doosje, waarin zich verschillende plakzegels bevonden, allen reeds gebruikt, doch blijkbaar daarna weer losgeweekt. Zijn handteekening stond er geheel op, zoodat hij enkel de streep eronder aan weerskanten op het papier wat bij te halen had, om, zoolang hij den datum niet op het zegel had gezet, dit telkens weer te kunnen gebruiken. Zoo spaarde men het zegelrecht uit, wat op een kantoor als het zijne, per jaar anders een aardig sommetje aan den fiscus zou opleveren. En daar had niemand wat aan.

„Frans!"

De geroepene kwam uit de andere kamer.

„Waar is de schakellijm ? Zet de dingen toch weer op hun plaats, als je ze gebruikt hebt."

„De lijm was op, meneer, en ..

„Denk er dan aan, dat je morgen nieuwe meebrengt. En... vang eens een kip uit de ren, en breng die hier."

„Een kip, meneer?"

„Ja, één kip, en geen twee, al heb ik het tweemaal moeten zeggen."

De bediende draaide zich om, en ging aan den last voldoen, lachend zoodra hij uit het gezicht was. Eenige oogenblikken later bracht hij het verlangde dier bij Wiechen.

„Omdraaien," gebood deze, en trok toen de kip een paar veertjes uit, onder den staart, met het versch uit de huid gerukte gedeelte zijn plakzegel besmeerend.

„Breng dat beest maar weg," zeide hij, het zegeltje op den wissel drukkend. „Berg dezen wissel in je tasch," ging hij voort, toen de bediende terug was. „Zaterdag aanbieden,

Sluiten