Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en als hij niet betaald wordt, dadelijk bij den deurwaarder brengen. Ik ben Zaterdag uit de stad."

„Goed mijnheer."

„Sluit nu maar. O ja, denk erom; Zaterdagavond heb ik je noodig. Je moet zorgen om precies 7.22 op het perron van de Hollandsche Spoor te zijn, met een koffertje, dat mevrouw je geven zal. Dan let je op den trein, die uit Amsterdam komt, en waar ik inzit, om me het koffertje te geven. Als het soms niet hoeft, zal ik telegrafeeren. Begrepen?"

„Ja meneer."

Wiechen wachtte even, tot de bediende weg was, en ging naar boven, waar hij Marie van zijn reisplan in kennis stelde.

„Het schiet op, als we nog een paar zulke gelukjes hebben," zeide hij. „Als over zes weken de groote post van Dokter Arnolds binnenkomt, denk ik, dat we ons voor het vertrek maar gereed moeten maken."

„Is dat veel?" vroeg zij.

„Twaalf mille."

„Ben je met groote sommen van dien aard nooit bang?"

„Och," zeide Wiechen, „een bedrag is een bedrag. Een man als hij, die jaarlijks een vijf en twintig mille in zijn practijk verdient, kan altijd betalen."

„Waarvoor had hij dan zooveel geld noodig; heeft hij een huis gekocht?"

„Neen, dat minder. Zijn zoon vertelde mij, dat de oude heer nogal zwaar speelt in het buitenland. In Namur vooral schijnt hij veel te laten zitten. En dan onderneemt het jongemensch wel eens dingetjes op zijn eigen houtje, waarvoor papa bloeden moet. Het ergste moet de oude mevrouw zijn; die maakt eigenlijk het heele zoodje aan den gang."

„Ik zou zoo iemand toch liever niet als dokter hebben,"

Sluiten