Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„In een hospitaal, of zooiets, in Parijs," antwoordde Arnolds. „Laat me eerst wat bijtrekken, dan zal ik je geregeld vertellen."

Boom keek op zijn horloge. Hm, zijn vrouw wist niet beter of hij had een lange conferentie, dus kon er nog wat bij.

Hij bleef derhalve, nadat hij voor Arnolds wat had besteld, geduldig wachten, tot de ander zijn honger gestild had, die blijkbaar groot was.

„Hè!" deed Arnolds eindelijk. „Ik heb in lang niet zoo genoeg gegeten. Doet dat goed!"

Nu begon hij zijn verhaal.

Met Yiehof was hij eerst naar Ostende gogaan, toen naar Namur, en eindelijk naar Parijs, met het doel zuidelijk af te zakken. Zij hadden geluk gehad.

„Toen we te Parijs kwamen," zeide hij, „stonden we aan het hoofd van ruim dertigduizend francs!"

Bij de vermelding van dit bedrag kwam even de oude levendige schittering in zijn oogen.

„Weer verspeeld ? Stom vee !" riep Boom.

Arnolds trok de schouders op.

In Parijs hadden zij toegang gekregen in een cercle, en daar met afwisselend geluk gespeeld. Ja, niettegenstaande hun vrij groote uitgaven, zagen zij hun geld vermeerderen. Maar het ging niet vlug genoeg. Dat lag aan het slappe seizoen. Men wilde tegen hun geluk niet houden. Zelfs de directeur van den cercle, dien Boom ook wel kende van vroeger, toen hij nog croupier in Trouville was....

„Dergesne!" riep Boom uit.

.... raadde hen aan, als ze geld wilden maken, nu naar Trouville te gaan. En daartoe besloten zij, maar wilden nog één avond te Parijs blijven, om hun geluk te probeeren.

Toen, den middag tevoren

Sluiten