Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XIX.

Viehof lag nauwelijks in den raderbrancard, of reeds bedaarde zijn spartelen, en toen de huif dicht was, en hij zich voelde wegrijden, schokte zijn lichaam nog enkel van ingehouden lachen.

Dat was een stap tot den vrede! Een paar dagen was hij nu allicht onder dak, en zoolang had hij tijd tot nadenken. Een uitweg was altijd te vinden, als men maar even rust had. en dat gesnater van zoo'n Arnolds niet hoorde.

Naar den cercle en vragen om reisgeld, was één middel, doch dat bedierf de toekomst. Zich als behoeftig vreemdeling over de grenzen te laten zetten, was een ander. Maar dat was tegenwoordig ook niet alles. Vroeger ging men tenminste per spoor, maar nu moest men wandelen. Althans heele einden, met een gendarme tot gezelschap, die het iemand liet merken, dat hij zoo'n opdracht niet plezierig vond! Dat had hij eens gehad, toen hij uit de Belgische

gevangenis ontslagen was, en nooit meer, als hij er

buiten kon.

Hadden ze maar een retourtje genomen! Dat was weer de koppigheid van Arnoids gemeest. Die contrarieorde hem altijd.

Een hevig gekittel in zijn neus brak zijn gedachten af.

MODBBNE SCHALMEN. U

Sluiten