Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja maar.... Luister eens Jan. Herinner je je nog, dat je mij vroeg?"

„Flauwtjes."

„Akelige vent! Ik had eigenlijk geen zin in je, zie je,

en wou tegen je zeggen: Jan, ben je mal - neen hoor! Maar "

„Je zeide: Ja! Zonder aarzelen."

„Niet waar. Ik zei: Jan en de rest kon ik niet zeggen, omdat je mij toen dadelijk beetpakte. En.... nu, toen was het ook goed."

Hij lachte hartelijk.

„Dan maar Jan!" zeide hij. „Misschien krijgt hij daardoor ook zoo'n koopje. En als het een meisje is? Betsy of voluit Elisabeth?"

„Neen, dat wil ik niet. Meisjes die naar de moeder heeten, hebben altijd een moeielijk leven."

Hij baalde de schouders op.

„Rachel, Miriam "

Betsy stopte haar ooren dicht.

„Ben je klaar? Ik zal er nog eens over denken. Ik zie wel, dat ik het toch alleen moet doen."

Doch het was niet noodig, want het was een jongen.

„Weet je aan wie ik dikwijls denk," vroeg Betsy eenige weken later toen zij weer op mocht zitten. „Aan Ella Becker. Met haar moet het ook zoover zijn, dezer dagen."

„O, ik heb een brief in mijn zak," herinnerde hij zich.

„Daar loop je natuurlijk alweer den heelen dag mee rond," merkte Betsy op.

„Van Becker," zeide hij de enveloppe openscheurend. „En een velletje voor jou erin. Wil je het hebben ?"

„Zóó zeker?" vroeg zij, wijzend op den kleinen Jan, die aan zijn middagmaal bezig was. „Lees maar eerst jou brief, en vertel mij wat."

Sluiten