Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

.,Zij zijn in Sindanglaut, residentie Cheribon," zeide van Vleuten, na den blief te hebben gelezen. „Hij is controleur geworden, en heeft nu het bestuur over een krankzinnigengesticht gekregen."

„Hè Jan, hoe flauw !"

, Heusch, bij schrijft het. De vorige controleur heeft dat zaakje zoo opgeknapt. Die had ontdekt, dat men door te planten in een ruitvorm, meer planten op eenzelfde oppeivlakte grond kon zetten, dan bij den ouden quadraatvorm. En nu moest bij hem alles in de ruit gebeuren. Dat diukt een eigenaardig cachet op de geheele afdeeling. Alles ziet

er scheef uit."

„En verder?"

..Verder niets," zeide van Vleuten. „De manie van dien vorigen controleur schijnt nogal invloed te hebben gehad, zoodat men zich in de buurt voor dien ruitvorm heeft ingespannen, en men daar nu niet alleen plant in dien vorm, maar, meenende dat het een soort tooverfiguur is, er voor allerlei gebruik van maakt. Het wordt een soort Godsdienst.

.Te weet toch wat een ruit is ?"

„Zeker," zeide Betsy, die inmiddels bezig was den kleinen Jan een schoonen luier aan te doen. „Zóó, niet waai ?

En zij wees op de slippen, die zich tusschen de beentjes van het kind vertoonden, klaar om opgespeld te worden.

..Als je het zoo doet, gaat het veel gemakkelijker," zeide zij. „dan die vierkante manier. Ik krijg alles bij elkaar zie zóó! - en met één speld vast.- Klaar, jongmensch. Baboe !"

Van Vleuten schaterde het uit.

„Ik zal morgen mijn oud foto-toestelletje eens voor den dag halen, als je bezig bent," zeidde hij. „We maken dan een kiekje van die ruit. Becker wordt gewoon dol!'

„Alles goed en wel," zeide Betsy. „Maar hoe staat het nu' met Ella? Schrijft hij daar niets van?"

Sluiten