Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Neen," verklaarde van Vleuten, den brief omdraaiend.

„Geef mij mijn velletje eens," zeide Betsy. „Jij met je ruiten!" vervolgde zij, na een paar regels te hebben gelezen. „Ze heeft een meisje; kranig, maar brutaal, om drie dagen na haar bevalling al een briefje aan mij te krabbelen. Ze weet er niets van, schrijft ze. Ze zou al opgestaan zijn, als de dokter, die heelemaal van Cheribon moet komen, niet verboden had liet te doen zonder zijn verlof."

„Dan heeft ze jou een beetje ingehaald," zeide van Vleuten.

„Onzin," bromde Betsy. „Maar wat heb je daar nog meer in je zak ? Daar zit waarachtig nog een briefje!"

„Alles particulier," lachte hij. „Op het kantoor steek ik die dingen bij me, om ze thuis op mijn gemak te lezen. — Van onzen Haagschen advocaat. — Drommels! Dat moet ik nog eens overlezen ...."

„Wel?" vroeg Betsy, nadat hij den brief gelezen had, en weer omgekeerd, alsof hij hem van buiten wou leeren.

„Toch een eerlijke vent!" ontsnapte hem.

„Wie dan ?"

„Die Wiechen," zeide hij. „Er is after all vijf en tachtig percent uit zijn boedel gekomen. Die zijn binnen. En nu oiedt hij vijf procent extra, voor volledige kwijting, om te rehabiliteeren."

„Dus steelt hij tien percent?" merkte Betsy op. „Bedoel je wat anders?"

,,'t Is een handelszaak," zeide hij. „Het kost hem geld aan zijn advocaat en de Rechtbank. Daarvoor rekent hij vijf procent voor elk. Dat gaat nogal. In elk geval is een accoord van negentig percent iets bijzonders. Ik stem toe, en zal dadelijk antwoorden. Telegrafisch, zooals gevraagd wordt. Op die manier hadden we niet weg hoeven te gaan."

Sluiten