Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Natuurlijk klaagde hij over zijn dik-worden, en beweerde, op een vraag van Betsy, dat hij haast niets at. Maar de schrik sloeg haar 0111 het hart, toen zij hem dat „haast niets" bij de eerste maal, dat hij zich bediende, op zijn bord zag nemen, hoewel de tafel in Indië altijd op een ruim overschot voor de bedienden berekend is; en onder een voorwendsel stond zij even op, om de kokkie te waarschuwen, dat er gauw nog een paar blikjes geopend moesten worden en van een en ander wat bijgemaakt, om de door „haast niets" geschoten bres weer eenigermate aan te vullen.

Dat de tafel overigens smakelijker was dan in het hotel, gaf misschien den doorslag om hem te overreden de weinige dagen, die zij op hun doorreis te Soerabaja zouden vertoeven, met vrouw en kind de door van Vleuten en Betsy aangeboden gastvrijheid te accepteeren, en misschien deed ook de eenigzins onvoorzichtige uitlating van Betsy, dat zij, naar van Vleuten had verteld, in de kamer logeerden, waar zooveel jaren geleden Mr. van Groningen gestorven was. er iets toe bij, want blijkbaar was Becker erg bang, voor wat men in de wandeling „zijn hachie" pleegt te noemen.

„Ik heb een verzoek aan u," zeide hij tot van Vleuten, twee dagen later. „Met dat verhuizen enzoovoort raakt een mensch uit zijn gewone doen, dat begrijpt u."

„Zeg gerust wat op uw hart ligt," zeide van Vleuten.

„Nu dan, ik heb een brief aan mijn vrouw opengemaakt, en eer ik mijn vergissing bemerkte, las ik zooveel, dat ik erover denk hem maar in het geheel niet aan haar te geven. Hij is van mevrouw van Groningen, over wie we juist een dag of wat geleden spraken. Een lief mensch. En iemand moest er zijn, die Ella het bericht zond, nietwaar ?"

„Welk bericht?" vroeg van Vleuten.

„Wel, haar ... meneer Wiechen ... u kende hem ?"

Sluiten