Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grootste en vruchtbaarste onderneming van de N. I. T., naburig plantages-complex — was nu de zeer-begeerlijke en wellicht niet onbereikbare partij. Hij had, kort geleden, op 'n avondpartij, opvallend veel zich met Amelie bemoeid; samen hadden ze, afgedwaald van de anderen, in den achtertuin gewandeld. En 't nonnaatje, naïef en nuchter, had den volgenden dag alles aan Nelly oververteld, zonder terughouding, zonder pudeur: wat hij had gezegd, hoe hij haar had aangekeken, hoe ze op 't smalle bruggetje over den vijver vlak tegen elkaar hadden moeten loopen, omdat hij naast haar wou

blijven Ze was wél 't type van de nonna, zooals

vader Hans ze zag: ijdel en zinnelijk — die zinnelijkheid zonder sterke geestelijke voorkeur uitgaande naar iederen eenigszins-aannemelijken man — doch diep inkoud en arm aan gevoel. Nelly echter had voor 't Indische nichtje een sentimenteel familie-zwak en ze was daarenboven dol op intrigetjes. Ze zou 't heerlijk gevonden hebben, Amelie te koppelen aan een van vader Hans' employees en zoo ze niet zeker was geweest van zijn weigering en bevreesd voor zijn ongenoegen, dan zou ze zelfs haar man gevraagd hebben, in die richting wat voor Amelie te doen. Want ze vond, dat ging toch best voor een nichtje en dan óók, de man, die Amelie kreeg, die was heusch zoo kwaad nog niet af. Ze was toch meer dan 'n gewone kampongnonna, had nog wat geld en zag er aardig uit. Wat mocht een man meer verlangen ? Als zoo een planter moest wachten met trouwen tot z'n Hollandschen verloftijd en scharrelen al die jaren met huishoudsters, 't was toch óók geen ideaal, vond Nelly.

Vader Hans, die zonder iets te zeggen, even den

Goenong-Djatti. 2

Sluiten