Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spoed zouden ze nog niet voor elven thuis kunnen zijn. Nelly, doodmoe, maar voldaan over hare koopen pufte van hitte, en beveegde zich met 't al doornatte zakdoekpropje aanhoudend het zweet-parelende gezicht Ze was blij, dat ze weer zat.

„Toetoep" beval ze en onmiddellijk sloeg de koetsier de dofleeren kap schuttend weer op over de hoofden.

Wiesje namen ze nu tusschen zich in op de breede bank en, de oogen toe in de loome hitte, lieten ze zich in de zachtveerenden landauer door de beide snelle paarden naar huis brengen.

Sluiten