Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar, met haar alléén, zooals feitelijk was hun afspraak, met haar alleen den achtertuin in, dan zou hij haar nu ook wel vragen. Maar het woord, in gedachte uitgesproken — „vragen" — voelde ze ineenen van zich vervreemd. Zoo naïef was ze niet, of ze begreep wèl, dat 't daartoe toch misschien nog niet komen zou.

En zij, dat blonde wicht d&ar, met haar spotblik en haar koele oogen, zij was de schuld van alles. Herbert was zoo héél anders geweest, voordat zij kwam. Dat nést, dat zelf hem zou willen inpalmen, al deed ze nog zoo onverschillig.

Stonden ze nu, eindelijk maar eens op ... . o, die speeches, die klets-speeches .... al dat gepraat. Ze had hoofdpijn .... dat lachen maakte haar wee. Waarom lachten ze? De dokter had gesproken. Er werd geklonken. Ze sprong op, 't leege glas in de hand ....

En Nelly's gezicht, dat nog straalde in bewondering van vader Hans kranige en bepaald aandoenlijke toost, in voldaanheid over 't uitmuntende eten — Kim-Lo zou morgen geprezen worden en extra-beloond — betrok, nu ze Amelie aankeek, 't Vlotte niét.... 't djadie'de niet.... Wacht, ze zou, als ze daar dadelijk opstonden, maar 's gauw even beslag leggen op dat meisje Donker. Het ging toch ook niét aan .... Moest zoo een nieuweling nu dadelijk maar ....

Er was even bevreemding in Henny's oogen om 't overdreven-vriendelijke van de gastvrouw die, zoo, als ze van tafel waren opgestaan, haar tegemoet-liep en moederlijk-lief onder den arm en ter-zijde nam. Maar Nelly manoeuvreerde tegelijkertijd zoo openlijk met blikken en knusse knikjes van hoe-lever-ik-'m-dat, naar

Sluiten