Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XIV.

De races waren voorbij, het was de morgen na 't bal, dat ieder jaar de feestelijkheden — drie race-dagen en gewoonlijk nog een bloemencorso en 'n kinderfeestje — besloot. Op Goenong-Djatti waren ze, wat later dan gewoonlijk, pas ontwaakt; de vorige dag was Wiesje's verjaardag geweest, er waren een tiental kinderen komen spelen en rijsttafelen, de siësta was er bij ingeschoten. Amelie en Nel zaten zwijgend te handwerken in de voorgalerij, de droomerige, loome tropenstilte om hen heen. De krees waren nog niet neer, maar heel gauw zou dat toch wel noodig worden. Reeds was 't felle goudlicht der klimmende zon, een voor een de breede bordestrappen opgekropen en een heel eind de galerij binnen, want onder de balustrade langs vormde dat licht met de schaduwen der spijlen op de Japansche mat een blokpatroon van fel-goud in vakken en dof-grauwig-geel in smalle reepen. Breedere schaduwen van de stevige pilaartjes gekroond door vierkante kapiteeltjes gaven wat afwisseling aan dat licht- en schaduwpatroon. Er waren, over de heele lengte der galerij, wel 'n twintig van die pilaartjes en boven op

Sluiten