Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't Wijde land lag van zilverlicht overgoten. Schuren en koeliewoningen stonden als groote, zwarte blokken, vierkante en langwerpige, scherp zichtbaar, boomstronken zelfs vielen te onderkennen.

„ Hier zullen we geen tijger ontmoeten," zei De Klerk.

„Nee, daarvoor is de weg te open, nietwaar?"

Fluittonen, hoog en broos, trilden door de stilte.

„Het is de Chineesche tempelwachter," wees hij met z'n zweep achteruit, „wat hoor je dat ver."

„'t Is ook zóó stil," kwam Charlotte, vaag en droomerig.

„We treffen 't wel voor de laatste maal," glimlachte De Klerk. „Want de laatste maal zal 't voorloopig wel zijn."

„Dat denk ik óók wel. Morgen komt William en dan ga jelui toch ook al gauw naar Holland."

„Ja .... Charlie, ik zal je wel missen."

„Ik zal jou ook missen," antwoordde ze, rustig, „en jelui allemaal. Nelly en Wies.... Van Amelie te scheiden, dat zal me zoo zwaar niet vallen . . .."

„Ja .... wat hèb jelui toch, den laatsten tijd?"

„We „hebben" niets. Maar ik voel juist tegenover haar, als jij."

„Ik zal blij zijn, als ze weg is ... . ik heb nu, laat 's zien, gauw twee jaar met haar in één huis gewoond, aan één tafel gegeten, heelemaal met haar op en neer gegaan .... en ze is voor mij absoluut een vréémde gebleven .... als ze weg is, zal ik nooit meer aan ze denken, stellig niet.... ik bedoel, betreurend aan haar denken .... En dan vind ik 't zoo .... vreemd, dat ik me aan jou .... en hoe lang ken ik je heelemaal! nu al zoo gehecht voel.... en dat ik.... dat ik

Sluiten