Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

keek. En William keerde zich om, met 'n bruuske wending. Snel stapte hij de kamer in en naar z'n vrouw toe. Z'n gezicht was donkerrood. Hij schoof een stoel bij en legde Charlotte's hoofd tegen z'n schouder aan.

De Klerk was blijven staan bij de tafel, wat gebogen de handen daarop gesteund. Diep uit den achtertuin, klonken stemmen hoorbaar door 't ruischen van den regen heen. Lampjes bewogen snel tusschen de boomen, beglimpten de groote, zwarte plassen eronder.

William keek De Klerk aan, hard en sterk-vragend, bleek nu weer, en met opééngeklemde lippen. Maar de ander sloeg z'n blik niet neer, noch wendde dien af....

Toen begreep William. Z'n gezicht ontspande en 't harde kijken van z'n oogen verzachtte zich tot den gewoonlijken rustigen blik. Hij stak de hand uit.

De Klerk greep die, even, in 't voorbijgaan naar den tuin.

„Ik ga den dokter roepen," zei hij zacht, half afgewend en met 'n blik op Nelly. Die was weer teruggeknakt in haar eigen ellende en snikte luid-uit.

„Ik ga den dokter roepen" herhaalde hij ... . „dien hebben we allemaal hier noodig." Even zweeg hij, keek voor zich uit met een matten, verstrooiden blik. Dan tegen William zei hij, langzaam en nadrukkelijk:

„En we gaan gauw naar Holland, Van der Hoeff Over drie weken al gaan we naar Holland."

Sluiten