Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedoken, zag aldoor, nu de trein voortstoomde, dit afscheid, 't Was of het gefotografeerd stond op het glasraampje, waardoor zij met oogen traanverduisterd zoo vagelijk keek.

De warmte brak haar door bereddering en overhaast vertrek van alle kanten uit, volgepropt als zij zat in haar vele kleeren. Het geheele rijtje kinderen zag zij opnieuw. Dolf met zijn korte beenen en goedige oogen, Sofie die een kleur had van 't loopen en haar herhaaldelijk zei vooral niet achteruit te rijden, Louize, altijd wat nufferig en op zichzelf, een beetje gerezerveerd met haar fijne handschoentjes, Henri, die als oudste voor alles zorgde, bijna deed als haar man zelf, en zorgzaam er achter oud Antje, al dertig jaar bij hen, Antje, die de jongeheer had zien geboren worden, hem gedragen op haar armen, hem verpleegd en verzorgd tijdens zijn ziekte, de arme jongen, die ze nu van Davos moest terughalen, als niet meer te genezen. Achter het wenken en wuiven en handjesgeven aan het station, dat op haar neersloeg als een bezwaring van wie weet hoe erg hem te vinden, zag zij alles vlijm-scherp, ook haar oude, gebrekkige man thuis, die niet meer mee kon naar de trein, haar tot het laatste

DE DORRE TUIN. 4

Sluiten