Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een halfuur lengte, lag uit te rusten van de kermisjool, en hun dwalmende petrool-flambouwen waarbij ze werkten, gloorden een rossig schijnsel in de grauwte tusschen nacht en morgen.

Pierre, de rijknecht, houterig-lange kerel, door drank verbrand en daarom altijd wat kouwelijk als hij niet te drinken kreeg, lonkte begeerig naar de baas of die niet schonk, schurkte zijn harde schouders, en Jean, de kleine klown, al komiek door zijn te groot hoofd op 't smalle lichaam, viel van vermoeidheid om. Maar de baas, grootsterke vent met hoog-blonde snor en handen, die wisten aan te pakken, dreef öp tot spoed.

De kou van eind Oktober schrijnde 't vel nu toch erg doordringend, maar hij deed of hij er niets van merkte, schreeuwde:

— V'ruit Pierre, stoa niet te suffen, straks krijg je er een!

— Gif 't nou mar baas.

— Nee-nee, eerst klaar met werk! Pak an, we schiete niet op. AUè Jean steek ook je peute uit en waar is de vrouw?

— Ze stoat da'r ginder! klakte de kleine klown onwillig terug.

De baas keek vagelijk rond in 't door-flambouw-

Sluiten