Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't, vocht maar moeilijk liet onderscheiden in die zwarte stoop, berekende, als hij die twee ieder een lialvie gaf, of dan nog 'n zalig neutedopje voor hem overschoot. Hij schonk voor de baas in, kwam bij Pierre, maar die duwde dadelijk met zijn hand de fiesch naar beneden. Het glas gulpte al vol, voor hij besef had terug te trekken en 't spritste weg over de rand, dat heerlijk vocht! Voor hem bleef niet meer over dan een puntje-vol. Hij schold nu:

— Schroep! Schrok! Leelijke gulzerd !

Maar gelijk ontweek hij de schop, die de rijknecht-athleet hem toedacht. Die mis-schop maakte Jean ineens weer vroolijk.

— Daar gaat-ie! tierde hij in plezierige drift.

In een lange zwaai slingerde hij de leege flesch,

hoog in de lucht, en die kwam terecht tegen een boom, waar hij tot scherven sloeg. Het glasgerinkel viel knetterend-hard en fel in de stilte van de dagaanbreek.

't Licht nog maar zwakjes aanzevend, omstreek grauw de tenten, die met hun bollende zeilen overeind, wrakten als in elkaar gezakte dingen, de omtrekken vagelijk te onderkennen, — heel de kermiswereld nog ingeslapen.

Sluiten