Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alleen aan d' overkant sloeg óp 'n hamerslag, als eerste toebereidsel van wat ze zelf al volbrachten; t leek het teeken om op te breken.

De dwalmlampen, petroolfakkels zonder glas, waarvan 't licht de ochtendscheemring vaal doorgloedde, konden ze dooven en wegbergen op 't vaste plaatsje onder in de bak der wagen.

Ze gingen nu de paarden halen.

Het schuchter morgenlicht, ongemerkt gekomen, teekende dichterbij de huizen af in nevelig-scherpe trekken, als oudjes, die lang in rouw verkwijnend, nu weer in vage kwakkeling gaan verschijnen.

Zerline stond van ongeduld te trappelen. Wat treuzelden toch haar man en Pierre met de paardjes voor te spannen? Het mondje-vol jenever had haar warm gemaakt, maar ook wat kribbig. Ze lustte evengoed drank als de anderen, maar ze liet het om haar man tot voorbeeld te wezen. Ze waren pas in 'tjong begin, hadden alleen vrachtkarren, geen wagen om te wonen — en dat maakte haar t leven moeielijk. Xu moesten ze 's nachts pakken, afbreken, om 's morgens ergens anders op te bouwen en daar te kunnen slapen. Elk kopje, elk schoteltje, al 't gerei, tot 't minste toe, had ze honderd keer in te wikkelen en weer uit te

Sluiten