Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

halen; haar beddegoed was niet om aan te kijken, zooveel leed dat door 't telkens versjouwen, en dan had ze nog een andere reden, die ze 't liefst voor zich hield, haar man niet wilde laten blijken: zonder woonwagen waarin ze zich kon verschuilen liep ze kans te worden herkend. En weer zei ze:

— Waar blijft die drommelsche kerel toch?

O ze begreep 't wel. Ze bleven wachten, talmen tot 't logement z'n gelagkamer open deed, jawel, ze kende dat, de oude gewoonte!

Om haar ergenis op zij te dringen, ging ze naar de wagen, waar de beestenhokken stonden. Ze tilde elk zeiltje even op, om te zien hoe de dieren t maakten. De beer sliep rustig in een hoek, bewoog zich niet, maar de honden sprongen ruchtig op, gingen haar handen likken. De apen maakten grimassen, dachten dat ze wat te eten kregen, en de duiven, haar lievelingsdiertjes, die boven-op stonden in een schuine mand, vleugelklepten verschrikt door de groote kooi, tuimelden door elkander.

Ze dacht eraan naar de stal te gaan om haar man te halen, maar hij kwam al met de paar den aan, ging ze voorspannen. Nu vond ze 't niet meer noodig tegen hem op te spelen. De drift

Sluiten