Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vlaamsch en Hollandsch door elkaar en de vlammende verbeelding die 'n paardespel opwekt, trokken haar aan, deden haar ooren luisteren, 't Leek wel grappig in zoon tent en met zoon man!

Z'n gulle manier van doen, toch weer kort en afgemeten, geheel de man die heerschen kan, beviel haar. Ze had net woorden met de tingeltangelbaas en 'n halve liefde die 't haar lastig maakte; om daar af te wezen, greep ze toe, ging op z'n voorstel in, ging met hem mee. 't Onbekende, 't sterkere van hem trok haar aan, zooals 'n magneet de verstrooide ijzerdeeltjes; ze was nu dan ook van al die stadsche rommel af.

In haar verhit denken kwamen scherp-duidelijk terug 'n paar voorvallen uit die tijd, dook óp haar jeugd, 't Ruwe leven buiten, frisch-gezond, de blauwwazende vochtdampen bij 's morgens opstaan, de felle zonnestralen, als ze langs groene weiden en deinende, zwiepende korenvelden met de melk naarstad toeging. Ook 't staan op de hooimijt, half weggezakt in 't geurend, pasgemaaid gras dat zwoel maakt en bedwelmt, 'n geheele dag van griffe zwaai en 't schelven schikken om haar heen, die opgestoken werden door rappe jongens, waarmee ze stoeide en dat weieens uitliep op een nachtelijke

DE DORRE TUIN. o

Sluiten