Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

breede, groote gevaarten liep ze voort, en ze duwde de kiespijndoek nog wat meer om 't gezicht, want de dag liet zich niet lang meer wachten. Meer dan de enkele uitroep vernam ze niet en ze zei zichzelf, dat 't buurgesmoezel over iets anders liep dan over haar. Waarom maakte ze zich dadelijk ongerust? Kalm, alsof ze niets had gehoord, liep ze met haar bokjes, strak achter de wagens aan, zonder om te kijken. Wat duurde de dorpstraat lang! en aldoor brokten nog huizen voor haar op.

Ze kwamen eindelijk in 't open veld.

Over de gladde harde weg trokken de paarden vaster aan en de piepschurende wagenraderen rolden al lichter na.

Door 't vage luchtegrijs, aan oosterkim zoo kleurdoorbrand, brak plots de zon met gulden schijn, overstraalde de bewaasde akkers, 't Dampig paars vertrilde tot grijzig-blauw. Over de weg, koud-strak aflijnend tusschen kronkelige grauwe boomen, met weinig blaêren en veel dorre takken, zweefde vaag de vochte kou, zich lichtelijk kristallizeerend tot wirrelend rijp.

De straffe, late Oktoberdag begon op te schijnen.

Haar man wenkte Jean om de leidsels van hem

Sluiten