Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar waar moest-ie met 't wicht naar toe? In de mist kon-ie 't ook niet leggen.

Opnieuw drong hij in de wagen, zoo kort mogelijk saamgewrongen, ging plat op de buik liggen om in de rooster te porren en te blazen. Maar 't hout wou niet branden en bij 't dekseloplichten joeg hem de smook weer in 't gezicht. Wat moest-ie doen, wat moest-ie beginnen? Hij zat nu op zijn knieën, wreef de oogen uit, die zwaar prikkelden. De benauwende zwavellucht kroop diep in zijn keel, deed hem bijna stikken. De mist buiten en de rook binnen waren even dik.

Ineens viel hem 'n gedachte in. O, dat kon ! Hij greep de petroolkruik, daar zat nog in! Een flinke scheut goot hij met 'n gulp over 't smeulend vuur, deinsde meteen terug in angst van hoog-opvlammen. Maar er gebeurde niets. Het hout bleef roeten, walmen, stonk tegen hem op, maar vlamde niet.

Een tweede, nog grootere scheut gulpte hij nu d'erop, — en plots, nauwlijks de kruik boven 't smeulend vuur weg, schoot de vlam hoog op, laaiend, geweldig.

Hij verschrok er van, deinsde achteruit.

De vlammen sloegen om hem heen. Een moment

Sluiten