Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze had dus bloed opgegeven. De gedachte alléén aan opgeven priemde en sneed moordend-fel door hem heen. Hij durfde niet verder op zijn vermoeden ingaan. Bijna vast stond 't nu ineens, dat ze zou gaan liggen, niet meer opstaan, dat nu kwam onafwendbaar 't lang-gevreesde. De tranen drongen hem naar de oogen, maar hij moest zich sterk houden, — en om zijn nijpende gedachten haar 't niet te laten merken, vroeg hij met een stem schor van aandoening, of ze nog wat had weten los te krijgen.

Ze nikte toestemmend, liet de eene punt van haar schort zakken, — en nu gleed op de tafel een lang brood. Een twintig aardappelen rolden erbij en een stukje rozig spek. Ze pakte verder uit, een onsje suiker, een halve flesch melk, een zak met zout. Ze nam 't smalle stukje spek, wikkelde het beter in 't snippertje papier, lei het terzij, zei tevreden :

— Da's voor morgen!

Even stond ze in beraad. Dat bloed-opgeven bleef ook haar in gedachten. Maar ze hoorde 't water suizen, vermande zich, zei kordaat:

— Kom, we zulle koffie zette!

Met een snelle, zekere vat nam ze de steenen

Sluiten