Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tot welke onmogelijkheden de wet thans voert, is het best te voelen als men weet, dat geen sterke drank verkocht mag worden, ook niet op de vele pleziervaartuigen waarmee, volgens een sterk toenemend gebruik, heele vereenigingen met hare gasten en muziek 's zomers 's morgens vroeg vertrekken om 's avonds laat weer te keeren. Hoe vaak op één dag op één boot is de wet niet een voorwerp van bespotting? Hoezeer wordt met dergelijke bepalingen de eerbied voor de wet te grabbel gegooid!

Waarlijk, men zou een zeer verstandig besluit nemen door de wet, wat deze materie betreft, weer in haar oorspronkelijke gedaante te herstellen. Van geenerlei zijde der belanghebbenden kan hiertegen geprotesteerd worden: oude rechten worden teruggegeven; bestaande in geen enkel opzicht aangetast. En welk verstandig (we drukken op 't woord verstandig) drankbestrijder zou er op tegen kunnen zijn? Van praktisch nut voor de drankbestrijding is de bestaande regeling absoluut niet; integendeel, een drankwet waarom men lacht, straffeloos kan lachen, doet veel meer kwaad dan goed.

Als men no. 2 van art. 3 na het bovenstaande leest, zal men zich er toch waarlijk over verwonderen, dat hier de wet in haren ouden toestand is gelaten. Als het zien drinken van sterken drank reeds iets zoo leelijks is, dat men het op booten en sporen tegengaat, waarom laat men dan toch den verkoop er van in cantines en dergelijke militaire gelegenheden geheel vrij ? Waarom toch zal de burgerlijke wet niet van toepassing zijn in haar geheelen omvang op een echt burgerlijk bedrijf al staat dit min of meer onder toezicht van een militair? Ons dunkt dat het juist niet meer zou zijn dan de vervulling van een bovenop liggenden plicht

Sluiten