Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schuldigde vergunningsrecht voor den volgenden termijn is betaald en zij niet is ingetrokken of vervallen.

3. Indien de vergunninghouder bij schriftelijke, door hem onderteekende verklaring afstand doet van de vergunning, worden van het betaalde vergunningsrecht op verzoek van den vergunninghouder zooveel vierden teruggegeven, als het aantal kwartalen bedraagt, waarin van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt. Gelijke teruggave geschiedt aan de rechtverkrijgenden, indien de vergunninghouder overlijdt, en het bedrijf niet ingevolge art. 24, tweede lid, wordt voortgezet, alsmede indien het besluit, waarbij de vergunning is verleend, door Ons is vernietigd.

4. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op eene vergunning voor den verkoop in een logement alleen aanlogeergasten; deze vergunning wordt voor onbepaalden tijd verleend, behoudens intrekking.

5. Het tweede lid is niet van toepassing op vergunningen, ten opzichte van welke door Ons een besluit is genomen, als bedoeld in art. 4, tweede lid, 3°.

Het niet betalen vóór 1 Mei van het vergunningsrecht, doet de vergunning te loor gaan. Men denke niet, dat in gevallen, waarin van een onwillekeurig verzuim sprake is, B. en W. wel wat door de vingers zullen zien. Lang niet altijd is dit het geval. We weten feiten te noemen, waarin op zulk een gevoelige, noodeloos harde wijze de vergunning verviel.

Wat is daartegen te doen ? De belanghebbende betale vóór 1 Mei, zal men zeggen. Alles goed en wel, maar men verlieze niet uit het oog, dat de aanslag niet zoo heel lang vóór 1 Mei wordt uitgereikt; dat het bedrag vaak tegenvalt; dat het geld wel eens niet precies op tijd geheel bij elkaar is; dat er omstandigheden kunnen zijn, b.v. brand, diefstal, treurige familie-aangelegenheden, dat men niet kan betalen of niet denkt aan belasting. En hij die op het punt van stipt belasting betalen geheel zonder zonde is, werpe den eersten steen naar zoo'n nalatige.

Sluiten