Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een wet in het leven wordt geroepen, die de dobbelzucht bedwingt, die het onmogelijk maakt dat enkele geslepen individuen profiteeren van de domheid en zwakte der menigte. Die wet moet voor ieder gelden, voor den aristocraat, den rijkgeworden burger en den kleinen man zonder eenig onderscheid. Maar zoolang ze er niet is, keuren wij de verschilmakende en daarom onrechtvaardige bepaling af van art. 45, eerste lid

De bepalingen van het 3e, 4e en 5e lid kunnen zoner eenig bezwaar mede verdwijnen. De gemeentewet geeft in art. 135 zeer terecht ten opzichte van deze dingen, als muziek maken etc., de bevoegheid in handen van den Iiaad. Overtredingen van deze verordeningen zijn geen drankwetovertredingen. Maar nu is in een enkele gemeente de geheele macht aan den burgemeester gegeven, en is een overtreding daar een drankwetoveitreding geworden. Waarom dit alles? Om de mogelijkheid van conflicten tusschen burgerij en overheid grooter te maken ? Er zijn voorbeelden genoeg bekend van burgemeesters, die met regeerden volgens de denkbeelden der overgroote meerderheid van burgerij en Raad. Waar in zulke gevallen art. 45, derde en vierde lid, van toepassing is, krijgt men groote kans van botsingen. Veel beter ware het geweest den toestand te laten zooals hij was, d. w. z. de materie geheel te regelen volgens de gemeentewet en de drankwet buiten spel te houden.

Artikki. 46.

1. Het is verboden, sterken drank in het klein te verkoopen e sc lenken, toe te dienen of te verstrekken in eene localiteit' waarvoor eene vergunning is verleend, tijdens het houden daarin van zitdagen voor publiek door ambtenaren van het Rijk eene Provincie, eene gemeente of een waterschap, of van openbare verkoop,ngen, verhunngen of verpachtingen, alsmede gedurende

Sluiten