Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plaatsen, de nieuwe wijken, algeheele behoefte aan drankgelegenheden. Hierdoor werden de clandestiene inrichtingen als 't ware geprovoceerd door de wet zelve. Bovendien had de fout van 1881 tot gevolg de schandelijke knevelarijen, waaraan menigmaal de vergunninghouders van de zijde der huiseigenaren bloot stonden. Wil nu werkelijk aan deze ernstige fouten eenigszins snel een eind gemaakt worden, dan legge men niet de rem aan van de splitsing. Het gaat niet aan de vergunninghouders rechten af te nemen, bestaande rechten, als ze mede willen werken (al is dit tevens in hun eigen belang) tot het goed functioneeren der wet. Dit is een averechtsche rechtvaardigheid. De massa draagt het gevoel voor rechtvaardigheid volop in zich en te verwonderen is het niet, dat algemeen deze maatregel ontevredenheid verwekte.

Nog erger is dit het geval ten opzichte van den maatregel om de splitsing toe te passen bij vergrooting. Let wel, dat de woorden zóó luiden, dat de splitsing van toepassing wordt, als de oppervlakte van het in de akte genoemde vertrek door verbouwing of herbouw met meer dan wordt vergroot. Iemand heeft een localiteit van 100 M2. Hij bouwt er een stuk aan van 5 X 4 M. en zijn nieuwe localiteit van 120 M2. blijft een ongesplitste vergunning. Is de localiteit 5| M. breed en trekt de vergunninghouder haar 4 M. door, dan wordt in de verbouwde localiteit van 122 M2. de splitsing van toepassing. Hier reeds wordt het rechtvaardigheidsgevoel geprikkeld. Doch de wet laat nog veel onbillijker toestanden toe: Een vergunninghouder heeft een huis, waarin de vergunning gevestigd is in het voorgedeelte. Hij bouwt een zaal er bij, of verbouwt het achtergedeelte van het huis en brengt door een paar

Sluiten