Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dranken, maar toch alle andere schenken. Toen na inwerkingtreding der nieuwe wet de akte gewijzigd moest worden, volgens het voorschrift van art. 59, kwamen verscheidenen voor de vraag te staan, hoe ze doen zouden. Verzoeken, alle localiteiten daarin op te nemen met de oppervlakte, die bij het bedrijf in exploitatie waren? Het is eigenlijk geen vraag. Want het spreekt van zelf, dat het artikel alleen spreekt van de localiteiten, reeds in de akte genoemd. Maar autoriteiten als Mrs. Peerbolte en Blanpot ten Cate schreven toch: „Het artikel belet, naar het schijnt, niet, dat er een localiteit geschrapt of bijgevoegd worde, als de zetel van het bedrijf maar niet verplaatst wordt. Wel regelt art. 25 de wijziging in de vermelding der localiteiten, maar daar wordt beoogd overbrengen van het bedrijf naar een andere localiteit, waarvan hier geen sprake is*.

Wie dit betoog leest, voelt de onvastheid er van direct. Men lette eens op de tusschenvoeging: ,naar het schijnt*. Zoodra iets in de wet niet beslist vaststaat, zoolang er sprake is van „schijnen" dan geschiedt de uitlegging meestal niet in het voordeel der vergunninghouders. De autoriteiten zijn zoo lieflijk niet tegenover drankhandelaren, ook niet als zij onder den druk zijn van een in-slechte wet. En wat art. 25 „beoogt", daarmee heeft de autoriteit ook weinig te maken. Hij vraagt wat er staat. En dan spreekt art. 25 lang niet alleen over het overdragen van het bedrijf naar een andere localiteit. Trouwens de Regeering beoogde ook veel meer. Zij sprak bij art. 25 van het mogelijke van onbeperkte uitbreiding. Te verwonderen is het dan ook niet, dat velen, die den weg wilden volgen, hier bij art. 59 door Mrs. Peerbolte en Blaupot ten Cate aangegeven, mis liepen. De autoriteiten wilden er meeren-

Sluiten