Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

localiteit, vervalt, behoudens intrekken of vroeger vervallen, met den eersten dag van de zevende maand, nadat beslist is, of art. 1, tweede lid, ten aanzien van de gemeente al dan niet van toepassing is. Eene nieuwe vergunning wordt niet geweigerd op grond, dat het vastgesteld maximum is bereikt.

Dit is een bepaling, die de wet van terugwerkende kracht gemaakt heeft. De bedoeling was hoofdzakelijk deze: dat in de gemeenten, waar de splitsing van toepassing zou worden, de na 30 April nog onder de bepalingen der oude wet verleende vergunningen zouden voldoen ongeveer met 1 Juli 1905 aan alle bepalingen der nieuwe wet. Dit is lang niet billijk; want in Mei 1904 wist men niet precies hoe de wet, vooral wat de overgangsbepalingen betrof, worden zou. Eerst den 14den Juni 1904 eindigde de artikelsgewijze behandeling der wet in de Tweede Kamer; op 1 Juli 1904 werd het wetsontwerp in tweede lezing aangenomen. Wie in Mei 1904 nog een zaak overnam met gemengde winkelnering, om eens een voorbeeld te noemen, zag zich later verplicht zorg te dragen, dat in April 1905 de winkelnering geheel gescheiden was van zijn vergunningszaak. Dit zijn van die maatregelen, die men alleen toepast b.v. ten opzichte van accijnswetten, om de schatkist voor groote verliezen te sparen en onzedelijke ontduikingen tegen te gaan. Maar overigens komen zulke terugwerkende kracht bezittende wetten niet te pas. Tegenover den drankhandel evenwel, we merkten het al meer op, durft men nog al iets meer, dan gewoonte is. In het artikel zit nog een aardige fout, die al vroeg is opgemerkt: voor de vergunningen, op 1 Mei 1904 verleend, is geen overgangsbepaling; art. 59 regelt de zaak voor die verleend vóór 1 Mei 1904; art. 60 die der vergunningen verleend na 1 Mei 1904. Gewone vergunningen op

Sluiten