Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoover de daar bedoelde veroordeelingen zijn uitgesproken wegens feiten, begaan vóór 15 Oct. 1904.

4. Op verzoeken, ingevolge het tweede lid ingediend, is art. 36, tweede lid, niet van toepassing, voor zoover de verzoeker op 15 April 1905 het bedrijf uitoefende in de localiteit, waarvoor het verlof wordt gevraagd. Het verlof wordt evenwel ingetrokken, indien die localiteit op 1 Januari 1916 niet voldoet aan de eischen, krachtens art. 35 gesteld, voor zoover die eischen golden op het tijdstip, waarop het verlof werd verleend.

De bedoeling van de wijziging in dit artikel was: geenerlei feiten te laten wegen, die voor de in werking treding der wet bestonden, ten aanzien van het verleenen van het verlof. Geen overtreding, vóór 15 Oct. 1904 begaan, mocht tellen; de lokaliteitseisch werd pas van toepassing voor de lokaliteit, die na 15 April, dus na het wijzigen der localiteitseischen, voor het bedrijf was gebezigd. Aan het artikel werd ontnomen alle terugwerkende kracht, die in het oorspronkelijke art. 65 ruimschoots voorhanden was.

Maai toch heeft men de zaak geheel ongeregeld gelaten ten opzichte dezer categorie, die we zouden kunnen noemen : verlofhouders met oude rechten, nl. de kwestie der erfopvolging. Het artikel 65 laat tot 1 Januari 191(5 de lokaliteiten dezer verlofhouders met oude rechten geheel vrij wat de lokaliteitseischen betreft. Het echtpaar, dat zulk een zaak drijft — want in 99 van de 100 gevallen is het een paar dat de zaak drijft, en niet de man of vrouw alleen, al staat zij ten name van één hunner — rekent op die vrijstelling. Maar door heel die rekening wordt een streep gehaald bij den dood deipersoon die het verlof op naam heeft gekregen. De weduwe (of de weduwnaar) vraagt opnieuw verlof, maar krijgt een weigering omdat de lokaliteit niet aan de

Sluiten