Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eischen voldoet. Art. 65 kan nu niet meer van toepassing zijn, al was het alleen reeds hierom, dat de verzoeken niet meer voldoen aan het voorschrift van

art. 6o, tweede lid, dat ze voor 1 Maart 1906 moeten worden ingediend.

Dit is niet billijk. Als een vergunninghouder of -houdster met oude rechten sterft, kan zijn weduwe of haar weduwnaar de vergunning op eigen naam krijgen zonder dat de lokaliteit aan de bij Koninklijk besluit gestelde eischen behoort te voldoen. Art. 55, eerste lid letter 6, zegt dit, want bij de gevallen van art. 8, waarin

no VgrgUn"ln|. geweifrd m°et worden, is niet genoemd no. 8, dat die eischen stelt. Dit is recht; de zaak waarvan beiden de inkomsten trokken, die hun beider bestaan betrof, behoeft niet opgeheven te worden door het stellen van eischen, welke die zaak nooit aangetast lebben, als zij door een van beiden verder zal gedreven worden. Ditzelfde recht moet ook aan de verlof houders gedaan worden. Waar voor een lokaliteit tot 1 Jan 1916

geen eischen gelden, moeten die eischen niet plotseling van kracht worden als de zaak door de weduwe of weduwnaar moet voortgezet worden. Reeds de consequentie vordert dit, daargelaten nog de rechten die de menschelykheidsgevoelens doen gelden.

We zouden het waarlijk een flinke verbetering vinden als bij een herziening der wet in deze leemte werd voorzien.

An-riiiEi. 66.

Vergunningen, vóór 1 Mei 1904, en bijzondere vergunningen op grond van art. 63, verleend aan vennootschappen zedeE

;:t:z szj-jzrr j-.-r

blijft art. 28. nr. 2. ^ l0t dat

—7 —'«ivh fvcpaaaiug.

Sluiten