Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De anderen stemden in, luidruchtig, met nadruk verzekerend, dat 't eerlijk was.

«Nou gane-we éérst,» detailleerde Bram, boosaardig «nou gane we eerst allemaal net doen, offe-we

niks hoore .... offe-we doof benne .... as-ie nou zegt.... brogesboekies vóór.... neme wij onze tefilles .... en zoo doene we alles verkeerd-om.»

« Daar heb je-'n-'m» waarschuwde rooie Jozef, 'n lange lummei met bleek sproetengezicht.

De oude Rebbe, met z'n lange, grijze baard, stond, achterom binnen-gekomen, in den ingang van 't schooltje, klapte in de handen, trok zich dan wat terug, om de

jongens door te laten.

Ze traden nu een voor een binnen, gaven, naar oude gewoonte, allemaal hun meester n hand.... «dag Rebbe, dag Rebbe». Hij, met z'n vriendelijk, oud gezicht, stond maar groetend te hoofdknikken,

zei nu en dan zachtmoedig «dag kindere dag

jonges . . . dag meissies.» 't Zeeroogig meiske nam-ie

even apart «hoe is-et met de oogies, Vrouwtje?»

informeerde z'n zachte stem «bé-je nou nog bij de

dokter gewees'?»

't Lokaal, waar ze nu door de zware, krakerige deur binnenkwamen, was klein en kaal, en 't rook er dufvochtig. 't Eenige raam gaf uitzicht op 'n dor bleekveldje, met 'n regenbak en 'n privaat, afgesloten door hooge' molmige schutting, 't Poortje daarin gaf op de weg en als 't openstond zag je er de voorbijgangers

Sluiten