Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terugkeek en 't woord zag.... en dat alle kinderen keken.... en 't zagen.... En 'r kwam gedruisch, zich vervastend tot gefluister.... waarin-ie overal rond zich heen dat woord hoorde, dien naam, dien hij-alleen niet zeggen mocht.... en achter hem was gefluister: «hij mag 't niet zeggen, omdat-ie 'n Jood is....» en hij voelde in dat alles — in die verbazing van allemaal den huiver voor 't vreemde, dat hij deê 't vreemde, dat hij was.... En de meester zei óók wat, kort-koud, maar dat hoorde hij niet.

Want toen viel dat arme, gemartelde ventje met z'n hoofd neer op de bank.... en hij snikte snikte, omdat hij zoo anders moest zijn dan de anderen en maar niet kon begrijpen waarom.

Sluiten