Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

straat, waar ze woonden, de hoofdstraat inkwamen.

Groen-en bloemenvol waren daar de tuinen, en 't geurde er overal van late hyacinthen en Juni-rozen, doormengd van fijn violenaroom. Zwaar in t blad stonden de linden, met in het zacht half transparant groen hunner ronde bladschijven 't dichte net der nog lichtere nerven, en knoeststammige bruine beuken torsten de vracht van hun forsch en prachtig gebladert.

«Theo gaat misschien gauw weg, naar buiten,» vertelde 't kind.

«Zoo?» vroeg Kee, gëinteresseerd . . . . «de heele familie ?»

«Ja, maar niet zoo erg gauw, hoor.... nog wel een zes weken .... niet voor de vacantie .... Hij mag alleen mee, als-ie verhoogd wordt.»

«Dan zou je wel willen, dat-ie zitten bleef, hè?» schertste de oude.

«Wel nee» weerlegde 't kind, ernstig.... «heelemaal niet en Thé ook niet. Hij studeert maar wat

hard 'k Heb 'm al in geen drie dagen gezien

daarom ben 'k nu ook zoo blij» lachte ze erachter —

«Nou maar, als-ie toch zitten blijft, gaat-ie immers niet weg» wierp de oude vrouw tegen, op 'n toon van kind-hoe-hê-'k-'t-nou-met-je ....

«Ja, maar dan is-ie toch 'n jaar achterop en....

Kee.... ik heb je toch immers verteld, dat we later samen trouwen gaan.... dat kan natuurlijk niet, voor

Sluiten