Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fijntjes in de slurp-stilte tikte de klok en de kinderen, met klevende vingers, snoepten suikergoed, telkens listiglijk-snel het schaaltje beoogend en dan, met bescheiden gebaartje, als toevallig, de mooiste uitpikkend. Ze staken ze in den mond en na even zuigen namen ze 't lekkers weer eruit tusschen twee klevende vingertopjes, 't eens beziend en verrukt knussend met elkaar om de weelde van den avond. Ze kraakten de noten en pulkten onhandig met stompe nageltjes de stukjes pit eruit, met gezichtjes van aandacht en 1t tongspitsje tusschen even-gescheiden tandenrijtjes de bittere schilletjes dan er af vezelend. De zwerver nam een peer van het schaaltje en die zorgzaam schillend praatte hij gezelligjes met de moeder over van-alles, vragend of 't meer gebeurde, dat ze zoo onverwacht bezoek kregen, als nu van hem ....

«Niet veel,» toestemde de moeder, een peer etend met sappig-smakkende hapjes, «deze streek uit, moet u denken, kommen ze zoo niet— de meesten weten wel, waar ze gaan moeten.»

Langzamerhand kwam er luidere vroolijkheid. De Jood begon te vertellen, leuke dingen, moppen, die hij zei zelf beleefd te hebben, en andere, die hij nog van z'n vader had. Van die eigenaardige Joden-geestigheden die haast altijd ook geestig zijn. Als er een uit was, luidruchtig schaterden de kinderen en de vader vertelde er nu ook, aardig in jargon .... altijd dienst doende moppen van slimme rabbonem en brutale Polakken

Sluiten