Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«Want,» wijsde de moeder, «u natuurlijk niet, maar ze kénnen brutaal wezen, die Polakken, die zoo loopen met halfdolo-kaarsen en Arbang-kanfous . . . .»

Als vader een mop verteld had, verweten, met grappend-pruilerig stemuithalen, de kinderen, dat vader anders zoo moppig niet was .... Waarom ze dat allemaal niet eerder gehoord hadden .... ?

't Witte tafelkleed geel-bruin vlekte van doppen en kleine notenschilfers. Een lange pereschil zwaaide daar doorheen en leeg er tusschen stond het suikergoedbakje, met een enkel rose schilfertje erop. Michieltje, hangerig van de warmte en 't late eten, was knikkebollend met rood-open mondje op den tafelrand gegleden , tukte daar nu rustig in 't rumoer.... De moeder stond op en lippenspitsend wenkte ze om stilte. Als ze 'm niet wakker maakten, zou ze, zoetjes, 'm uitkleeden en zóó in bed leggen.

Gerucht zakte dan even, om slapend kind, dat ietshoorbaar ademend, hoofdje op tafelrand, rustig te tukken lag.

Maar achter de deur was gedempt geluid van een mannenstem, ongeduldig van toon, alsof er al meer geroepen was:

«Buur, ben je erin?»

«Wie is dat ?» schrikte de moeder op. Slapend Michieltje werd wakker, wijd-sperrend z'n oogen, maar knipperend pijnlijk tegen fel lamplicht.... begon kribbig te grienen.

Sluiten