Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

évfn HT St°, èChter dien woord-alchimist,

schL ü , 0pschimmend in den soms uitschietenden vlamschijn van den smeltkroes, r laubert zag hem niet.

Hij zwoegde door, ddór, zonder te zien vergetend zn leven, keerend, smeltend, wentelend ooverformnles uitmurmelend; dan stollend, dan' vloeibaar-makend z'n materiaal, z'n woord, z'n taal, zn kadans, z'n rhythmus.

Z'n leven smolt hij meé in den smeltkroes.

zich avoIfde * Werk' Sata"' die" hij "iet achter

Soms spookte de vlam heel hoog uit in't duistere wondervertrek, groefden zich de rimpels dieper en nydender in z'n hoofd, schrikbarend, maar tegelijkertijd juichte z'n moeë stem:

Gevonden goud, goud! Z'n koper was edel rnetaal geworden.

Flaubert was een waarlijk groot werker, al liggen er nog zooveel drab en bezinksel op den bodem

verteren. Smeltkr°eS' ^ ddrfde z'n levens^cht

Sluiten